Gemakkelijk was het niet om te beginnen,

En nog steeds als ik erover nadenk ben ik bang,

Dat als ik weer op die tweesprong stond,

Ik zou kiezen voor de gemakkelijkste weg.

 

En nu als ik kijk naar wat ik bezit,

Voel ik dat ik iets mis,

Niet een auto of een huis,

Of iets anders wat ik kan kopen.

 

Langzaam klimt het gevoel naar boven,

Dat ik ergens iets heb overgeslagen,

Ik probeer het te verbergen en onderdruk het,

Maar vluchten voor jezelf kan niet voor eeuwig.

 

Ben ik dan zo fout geweest?

Doe ik slecht door te hebben?

Wordt bewustzijn mijn straf?

Een straf die ik niet verdien.

 

Wie kan mij vergeven dan?

Een verloren ziel in een bedorven wereld.

Wie pakt mijn hand nu vast,

En leidt me naar de horizon.

 

Daar waar de zon ondergaat is het geluk,

En er is geen geld ter wereld waarmee je daar kunt komen,

Geen auto die je daar zal brengen,

Want het is erg ver, maar oh zo dichtbij.

 

Het is je hart.